Homepage

Gedragsproblemen en sterilisatie (deel 1)

Castratie bij honden is één van de meest voorkomende operaties in de kleine huisdierenpraktijk. Sommige eigenaren zijn bang dat het gedrag van hun hond na de operatie zal zijn veranderd. Andere hopen juist dat bepaald ongewenst gedrag zal verdwijnen door de operatie.

Het hier gepresenteerde onderzoek zal gedragsveranderingen na castratie behandelen vanuit het gezichtspunt van de hondenbezitter. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van een anoniem uitgevoerde schriftelijke enquête onder bezitters van gecastreerde honden. In het onderzoek zijn gegevens verkregen over 209 reuen en 382 teven. Circa 24% hiervan betrof kruisingen, de rest van de onderzochte groep was verdeeld over 98 verschillende rassen. Ongeveer 90% van de onderzochte honden werd als “huishond” gehouden, 20% (eventueel naast de functie als huishond) fungeerde als waakhond.

Het optreden van gedragsproblemen
Bij reuen (in tegenstelling tot bij teven) zijn gedragsproblemen de belangrijkste reden om tot castratie over te gaan: 76% van de reuen (bij 51% van degenen met gedragsproblemen) was een overmatige geslachtsdrift, maar het probleem dat bij beide geslachten als het belangrijkst werd gezien is agressiviteit: 51% van de reuen en 33% van de teven met gedragsproblemen vertoonden dit.
Overmatige angst kwam voor bij 29% van de teven en slechts bij 6% van de reuen.
Wat verder opviel was dat er beduidend minder problemen optreden wanneer een hond samen met meerdere soortgenoten wordt gehouden.
Waarschijnlijk is het zo dat conflicten dan door imponeergedrag c.q. onderdanig gedrag opgelost worden zonder dat er werkelijk agressieve handelingen worden verricht.
Zeer belangrijk bij het ontstaan en de beïnvloedbaarheid van problemen is verder de opvoeding van de honden en daarmee samenhangend de gehoorzaamheld en rangorde ten opzichte van de hondenbezitter.
Veranderingen van gedragsproblemen na castratie bij reuen
Bij de reuen met ongewenste agressiviteit (in 35% van de gevallen kwam dit voor in combinatie met een te sterke geslachtdrift) trad in 61% van de gevallen na de castratie een verbetering van het gedrag op.
In tegenstelling tot alle andere onderzochte vormen van probleemgedrag is het resultaat bij ongewenste agressiviteit positiever, indien de honden op zo jong mogelijke leeftijd gecastreerd worden.
Dit kan worden veroorzaakt doordat, naarmate de honden ouder zijn, aangeleerde aspecten sterker deel uitmaken van het agressieve gedragen hoe minder daardoor hormonale veranderingen dit kunnen beïnvloeden.
Eveneens positief is de invloed van veelvuldig contact met andere honden.
Een negatieve invloedsfactor op de gedragsverbetering is de aanwezigheid van een kind binnen het gezin, dat voor een hond aanleiding tot jaloezie kan zijn. Tevens kan deze situatie er voor de bezitter de oorzaak van zijn dat er onvoldoende tijd is voor de opvoeding van de hond, hetgeen resulteert in een slechte algemene gehoorzaamheid van de hond.
Bij de reuen met een overmatige geslachtsdrift was het probleem in 95% van de gevallen duidelijk verminderd of zelfs geheel verdwenen. Het weglopen als probleem (in 65% van de gevallen voorkomend in combinatie met een overmatige geslachtsdrift) kwam voor bij 43 van de 158 reuen met gedragsproblemen.
Bij 86% van deze honden was dit na castratie belangrijk verminderd of geheel verdwenen.
De verbetering zal veelal duidelijker waarneembaar zijn indien tegelijkertijd ook maatregelen in de sfeer van opvoeding en training worden genomen.

Vervolg volgt vanmiddag.

Bron: Nederlandsche Briard Club.
Auteur: Dr. E. Heidenberger en prof. dr. J. Unsheim

↑ Naar boven ↑

copyright en disclaimer - cookies - adverteren - links

Word lid van de Honden.blogo.nl nieuwsbrief